Orgel gereviseerd.

In de week voor Pasen 2001 is de laatste hand gelegd aan een grootscheepse revisie van ons orgel. Gedurende een aantal weken is er hard gewerkt. 1250 orgelpijpen zijn schoon gemaakt. Evenzoveel membranen zijn vemieuwd. Het ’plafond’ boven het orgel is voorzien van een coating om vervuiling door vallend gruis in de toekomst te voorkomen. En als laatste is het orgel gestemd. Na deze renovatie is het misschien wel aardig om twee artikelen uit het verleden betreffende het orgel hier nog eens af te drukken. Het eerste artikel is overgenomen uit het boekje ’hoe het groeide...’ dat is uitgegeven ter gelegenheid van het 100-jarig bestaan van onze kerk. Het tweede artikel komt uit een dagblad van donderdag 16 maart 1950 ter gelegenheid van de in gebruik-name van het orgel. (De naam van het dagblad is niet bekend, kantooradres was Lucas Bolwerk 19 te Utrecht).

Het orgel (uit ’Hoe het groeide...’)

Een onmisbaar instrument bij kerkelijke vieringen als ondersteuning van koor- of volkszang. Het oude orgel werd al in 1829 geschonken door Margaretha Bieshaar, weduwe van Bartholomeus van Eyck, onze eerste organist. Dit orgel is destijds verkocht aan de parochie van Den Hoef. Een orgel heeft wind nodig voor het aanblazen van de pijpen. Tot de komst van elektriciteit als krachtbron, was de organist afhankelijk van de ’orgeltrapper’. Deze moest zorgen dat de blaasbalg steeds met lucht gevuld bleef en had daartoe 3 trapbalken ter beschikking, die om de andere naar omlaag werden getrapt. Een van de meest bekende orgeltrappers was Huub van Nimwegen.

Het nieuwe orgel.

Op zondag 19 maart 1950 werd het nieuwe orgel ingezegend. Het werd voor het eerst bespeeld door onze kerkorganist Antoon Smits jr. en Hendrik Andriessen. Het was, zoals toen gebruikelijk, hoog achterin geplaatst; ook het koor zong daar. Het kerkkoor zong bij die gelegenheid de Missa Sancta Magdalenae van Philip Loots onder leiding van de heer H.J. Schalkx, het koor van Maarssen zorgde voor versterking.

De verwarming zorgde nogal eens voor problemen en het koorlid Jan Baas maakte geschiedenis door het plaatsen van teilen met water in het orgel. Na de smeulbrand in 1974 werd het orgel gerestaureerd en beneden voor in de kerk geplaatst.

Nieuw orgel te Breukelen. (uit een dagblad d.d. 16 maart 1950, verkorte’ versie).

Zondag aanstaande zal het nieuwe orgel in de parochiekerk te Breukelen ingezegend worden. Het instrument, een werkstuk van de firma Vermeulen te Alkmaar, telt 22 registers waarbij 2 transmissies, verdeeld over twee klavieren en pedaal. Het orgel is gebouwd volgens het elektropneumatische kegellade-systeem. Als het instrument geheel voltooid zal zijn, zal dit instrument 3 tongwerken van 3 verschillende ’nationaliteiten’ bezitten. De Fagot 16’ van het pedaal is nl. van Nederlandse makelij (fa. Stinkens, Zeist), de Schalmij 8’ van het tweede manuaal komt uit Engeland, en het is de bedoeling de Trompet in Frankrijk te laten maken. Bij het eerste vluchtige doorspelen van dit nieuwe instrument, dat op dat moment nog niet gestemd was, leek de klankkwaliteit van de Fagot nobeler dan die van de Schalmei. Het tweede manuaal is zo gedisponeerd, dat het geen hulpmanuaal is, maar geheel zelfstandig. O.a. telt het twee prestanten, 8 en 4 voet. Misschien is uit hoofde van de zelfstandigheidoverweging dit klavier niet in een zwelkast gebouwd. Het achterwege blijven van de zwelkast heeft als nadeel, dat de Schalmei praktisch alleen in tutti-spel bruikbaar zal zijn. De praktijk is echter in deze zaken een meer te vertrouwen gids dan de dorre theorie; en er mag verondersteld worden dat zorgvuldige, aan de praktijk getoetste overwegingen een en ander ingegeven hebben. Het orgel, dat stellig een aanwinst voor de parochie te Breukelen is, werd gebouwd onder advies van de Z.E. Zeergeleerde Heer J. P. G. de Bruyn.

 

(tekst gekregen van dhr. Van den Hoven)